Zaterdagmiddag, net even na tweeën. Ik loop door het winkelcentrum van N. Een afgrijselijk nieuwbouwding, waar ik me niet op mijn gemak voel door de klanken die van alle kanten op je afgevuurd lijken te worden. Het nieuwe centrum van N. heeft namelijk een nep-grachtenpandjesuiterlijk. Met van die hoge gevels waar ieder geluid tegenaan kaatst en weer onbeholpen met veel galm terugvalt in de mensenmassa.
Wat ik er dan zoek, als ik het zo vreselijk vind? Nou, ze hebben in N. een Xenos en die hebben ze bij ons niet. Verder is de Kruidvat er groter en hebben ze er ook een Hema, allemaal heel belangrijk. Maargoed, je bent er toch, dus naast aalle geplande winkels bezocht ik ook nog even de Blokker. Ik zag daar een mooie bestekcassette, maarja… best duur, dus netjes laten liggen. Ik wandel argeloos naar buiten. Buitengekomen, wil ik net flink de pas erin zetten als er zich een vinger in mijn gezichtsveld boort.
Ik schrik. Niet eens zozeer van de vinger, meer van degene aan wie die vinger toebehoort. “Ik ken jou ergens van…” Klinkt het bijna dreigend. Bwahhh….!
Normaal ben ik niet zo gevat, maar de schok liet mij uitbrengen: “Goh, da’s wel een heel slechte versiertruc” De vinger bleef heen en weer bewegen: “Jawel, ik ken jou ergens van”
Sjeez… Kap nou zeg! Daar zat ik nou echt niet op te wachten. Ik wilde doorlopen. De kop die ik zag, stond me totaal niet aan. Een sjofele voetbalhooligan met een groot wit kaal hoofd. Verder had hij iets op zijn kinnebak wat sommige mensen wel een ‘lullende kut’ noemen. Nou, in dit geval dekte dat laatste wel de lading, vond ik.
Maar de hooligan was nog niet klaar. Hij cirkelde bijna om me heen en ondertussen bleef hij maar aan de gang over dat ie me kende. Hij had me bijna op het punt dat ik mijn aso-slabek open zou gaan trekken….
“Nou goed”, deed ik bozig “waar ken je me dan van?” Hij (een tikje onder de indruk): Volgens mij heb je bij mij op school gezeten…
Ik had nog steeds geen idee. Toen begon hij te haspelen met de eerste letters van mijn naam… Ik schrok opnieuw, het klopte, wat hij haspelde… en anders zou het wel heeeeeel toevallig zijn! Deze figuur moest me dus wel kennen!
Ik vroeg: “Maar wie ben jij dan, hoe heet je?” Hij noemde zijn naam…. En ja, ik had inderdaad bij hem in de klas gezeten. Ik noemde zijn voor- en achternaam en hij bevestigde. “Jeee…. ik herkende je echt niet! Maar toen had je ook nog…eh” Ik wees bovenop mijn hoofd. “Ja, toen had ik nog haar en ik ben ook wat grijzer…” De hooligan raspte met zijn vingers over het babbelende geslachtsdeel. (Ieekkks!) Er volgde een nietszeggend gesprek (wat doe je nu, waar woon je, goh lang geleden… nee, ik had je echt niet herkend) en daarna vervolgde ik mijn weg, hij de zijne.
Het rare ongemakkelijke gevoel dat deze ontmoeting had achtergelaten verliet me de hele dag niet meer… Zo idioot. Deze hooligan was verliefd op me in de eerste klas. Een jongetje met een piepstem. Van verliefd-zijn had ik toen nog geen kaas gegeten, dus ik liet hem op een schaamteloze manier weten dat ik niet gediend was van hartjes met mijn naam in zijn agenda. En nu, ruim 20 jaren later, loop ik in dat vreselijke N. en hij herkent me nog steeds. Zelfs met bril… Ik vind het bijna niet te geloven. Als ik iemand zie van wie ik denk; die ken ik van vroeger, ga ik eerst altijd even goed kijken of mijn geheugen niet een spelletje met me speelt. Ik zou nooit zo iemand aanspreken, maarja… dat ben ik.
Het meest schokkend aan deze ontmoeting vond ik eigenlijk dat ik zo herkend werd… Wil ik soms niet meer herinnerd worden aan wie ik toen was? Ben ik in mijn hoofd meer veranderd dan in de werkelijkheid, of had ik echt een blijvende indruk achtergelaten?
Ik ken jou ergens van… Jaja. Fijn!
Hoe het ook zij, in het centrum van N. zien ze me de komende tijd even niet meer… Zoals ik al schreef: het is een vreselijk winkelcentrum.